Algemeen Bedrijfsbegeleiding Infectieziekten Klauwgezondheid Mastitis Vruchtbaarheid Voeding Jongvee Worminfecties Operaties BGP/BBP Medicijnen Wet en Regelgeving
Copyright DAP ‘t Groene Hart 2021, alle rechten voorbehouden
Home Medewerkers Melkvee Vleesvee Schapen/Geiten Varkens Laboratorium Nieuws Links Contact BVD IBR Salmonella Paratuberculose
Zoals u allen weet zijn alle melkveehouders verplicht om mee te doen met de ladenlijke Salmonella bestrijding. Maar hoe zat dat nou ook alweer met Salmonella? Een korte samenvatting: Oorzaak van de infectie zijn de bacteriën Salmonella dublin of Salmonella typhimurium en besmette dieren verspreiden de bacteriën via de mest. Acute infecties met Salmonella worden gekenmerkt door hoge koorts (41C), diarree en verwerpen. Bij Salmonella dublin kunnen drachtige dieren verwerpen zonder dat ze ziek zijn, dit gebeurt  voornamelijk in de tweede helft van de dracht. Na een infectie kunnen de dieren een actieve of latente drager van Salmonella worden. Bij kalveren worden de volgende verschijnselen waargenomen: hoge koorts, diarree, gewrichtsontstekingen, longproblemen en groeivertraging. Dieren met een verminderde weerstand, door leverbot of BVD, zijn gevoeliger voor Salmonella en hebben een grotere kans om drager te worden. Bij kalveren heeft het vroegtijdig stimuleren van de penswerking (met hooi, krachtvoer en water) een gunstig effect op de weerstand tegen Salmonellose. Bij een Salmonella-infectie op het bedrijf zijn de klinische symptomen vaak binnen drie maanden verdwenen (uitbraakfase). De kans bestaat dat de infectie op het bedrijf aanwezig blijft door; 1) continue besmetting tussen kalveren en melkkoeien, of 2) het ontstaan van dragers. Bij positieve tankmelken adviseren wij een Checklist Preventiewijzer uit te voeren om het besmettingsrisico te beperken. Bij meer dan tien procent besmette koeien wordt de tankmelk positief. De tankmelk kan na het uitdoven van de infectie nog een half jaar tot een jaar positief blijven. Als de tankmelk drie keer achter elkaar positief is, is het verstandig om maatregelen te nemen. Om te zien of het om een actieve infectie gaat, kan er van 5 kalveren tussen 3 en 6 maanden oud bloedonderzoek worden gedaan. De Salmonella bacterie overleeft gemiddeld een tot twee maanden in een opslag met drijfmest. Bij besmetting bestaat het plan van aanpak dus uit: - Checklist Preventiewijzer en hygiënemaatregelen - 5 kalveren bloedonderzoek (Quickscan Salmonella) - bij aanhoudende problemen (positieve tankuitslagen) moeten dragers worden opgespoord dmv bloed of individueel melk onderzoek, gevolg door individueel mest onderzoek Voordat u dragers gaat opsporen en afvoeren is het heel belangrijk om te weten waar de infectie vandaan komt, zodat u niet binnen een half jaar weer een nieuwe besmetting oploopt.
Salmonella