Copyright DAP ‘t Groene Hart 2019, alle rechten voorbehouden
Home Medewerkers Melkvee Vleesvee Schapen/Geiten Varkens Laboratorium Nieuws Links Contact
Schapen scannen Op veel plaatsen is de ram weer bij de ooien gegaan en straks is het natuurlijk heel interessant om te zien wat het resultaat hiervan is. Wanneer u dit eerder wilt weten dan op het tijdstip van lammeren in het voorjaar kunnen wij bij u de schapen komen scannen. Schapen scannen is een vak apart en niet te vergelijken met het scannen van rundvee. Bij schapen gaat ‘hoe langer drachtig, hoe makkelijker te drachtig verklaren’ niet op. Het optimale moment voor het scannen van schapen ligt rond de 45 dagen dracht. Wanneer schapen langer drachtig zijn dan 2 maanden, wordt het goed in beeld krijgen van de vruchtblazen bemoeilijkt en is drachtdiagnostiek op aantal vruchten niet goed mogelijk.   Madenziekte bij het schaap Nu het weer warmer weer wordt kan er weer huidmadenziekte, oftewel myiasis, optreden bij schapen. De ziekte wordt veroorzaakt door de maden van een vlieg, genaamd Lucilia sericata, deze vlieg legt zijn eitjes in vieze wol van schapen. Bij de juiste temperatuur komen deze eitjes binnen 1 dag uit en ontwikkelen zich tot maden. Deze maden kruipen richting de huid en beginnen zich daar een weg door de huid naar binnen te eten. Hierbij eten ze zich tot onder de huid en eten het schaap als het ware levend op. Nadat ze zich volgegeten hebben, laten de maden zich vallen en verpoppen zich tot een groene glimmende vlieg. Om dit te voorkomen zijn er meerdere mogelijkheden. 1. scheren: als de schapen geschoren zijn is de kans dat een schaap huidmadenziekte oploopt in de eerste twee maanden na het scheren veel kleiner. 2. ontwormen: de vlieg houdt er van om zijn eitjes te leggen in vieze wol. Schapen met een worminfectie krijgen sneller dunne mest en dus vieze wol. Ook kunnen de schapen preventief behandeld worden. Dit voorkomt een besmetting met de huidmaden gedurende enige tijd. Dit kan met Neocidol® (4 tot 6 weken werkzaam en ook werkzaam tegen schurft en luizen) of met Clik® (16 weken werkzaam), deze middelen kunnen over de rug van het schaap heen gegoten of gesproeid worden. Hoe kunt u zien of een schaap last heeft van huidmadenziekte? De schapen zijn erg onrustig, grazen niet meer en proberen zich te krabben. Kijken soms veel naar de achterhand en zonderen zich ook wel eens af. Wanneer u twijfelt of u last heeft van madenziekte kunt contact opnemen met de praktijk. Ook voor het bestellen van Neocidol® en Clik® kunt u bij ons terrecht. Het bloed (Clostridium) Bij schapen komt de ziekte “het bloed” genaamd voor. ’t Bloed veroorzaakt sterfte bij snelgroeiende lammeren in de eerste maanden na de geboorte. Ter voorkoming hiervan is een entstof beschikbaar die bij voorkeur toegediend moet worden aan de hoogdrachtige ooien, waarna de lammeren beschermd worden via antistoffen die ze met de biest opnemen. Jonge ooien en schapen die niet eerder ingeënt zijn, hebben het eerste jaar een basisenting nodig die herhaald moet worden na 4 tot 6 weken. De laatste enting moet minimaal 2 weken en maximaal 8 weken voor het aflammen plaatsvinden. Indien u wilt gaan enten moeten de schapen dus minimaal 6 weken voordat het eerste schaap gaat lammeren een afspraak maken voor de 1e enting. Houd daar dus rekening mee met de planning van het aflammeren. Indien er bij de lammeren sprake is van een besmetting met ‘t Bloed, is het verstandig om zo spoedig mogelijk het gehele koppel lammeren te enten. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer de ooien niet van te voren zijn geent. De lammeren kunnen geent worden vanaf 2 weken leeftijd, het is een 2voudige vaccinatie met Covexin® met een interval van 4-6 weken. Zomerlongontsteking Zomerlongontsteking is longontsteking bij schapen en geiten die veroorzaakt wordt door de bacterie Pasteurella haemolytica. Deze bacterie komt veel voor in de neus- en keelholte van gezonde schapen en het is niet altijd duidelijk waarom deze dragers ineens klinische verschijnselen gaan vertonen. De naam is enigszins misleidend omdat we deze longontsteking niet alleen in de zomer zien. Al in het voorjaar tot ver in de herfst kan de infectie optreden. We zien zomerlongontsteking voornamelijk bij opgroeiende lammeren, maar ook oudere dieren kunnen ziek worden. Meestal worden er meerdere dieren uit een koppel ziek of gaan dood. Slechte weersomstandigheden, grote schommelingen in dag- en nachttemperatuur, een slecht klimaat op stal en stress rond het spenen worden genoemd als mogelijke oorzaak van ziekte uitbraak. Uitbraken van zomerlongontsteking in een koppel beginnen vaak met plotselinge sterfte van enkele lammeren zonder dat deze dieren verschijnselen hebben laten zien. Dieren die niet overlijden vertonen voornamelijk symptomen van longontsteking; benauwdheid, hoesten, koorts, niet eten, neusuitvloeiing en vermagering. De diagnose word gesteld op basis van de klinische verschijnselen en eventueel sectie op een kadaver. Bij lammeren die plotseling dood in de wei liggen is het onderscheid met ‘bloed alleen door sectie te maken. In snel verlopende gevallen komt behandeling te laat. Bij minder snel verlopende gevallen kan worden behandeld met antibiotica en ontstekingsremmers, maar ook bij deze categorie is behandeling vaak te laat en dieren die wel herstellen vertonen vaak restverschijnselen. Naast het optimaliseren van het stalklimaat, de veebezetting en het verminderen van stress is vaccinatie de belangrijkste preventieve maatregel. Vaccinatie vindt plaats met Heptavac P®, een combinatievaccin waarmee ook weerstand wordt opgewekt tegen ‘t Bloed. Omdat antistoffen tegen zomerlongontsteking wel via de biest aan de lammeren worden doorgegeven maar deze bescherming vrij snel afloopt is het verstandig om de lammeren vanaf een leeftijd van 3 weken voor de eerste keer te vaccineren en twee tot vier weken later voor de tweede keer. Ontworming van schapen Wij als praktijk zijn van mening dat de beste ontwormingstrategie van schapen moet volgen uit de adviezen die komen naar aanleiding van mestonderzoek van het schapen koppel. Wanneer ontwormmiddelen teveel, tevaak en ondoordacht gegeven worden, zal er veel sneller resistentie ontstaan. Na mestonderzoek bepaald worden of er sprake is van een worminfectie, welke parasieten een rol spelen en of behandelen gewenst is. Zo zal de behandeling tegen coccidiose om hele andere middelen vragen dan tegen maagdarmwormen. Indien er besloten word tot het behandelen van een koppel, sla de 5% van de aanwezige dieren over. Kies hiervoor de beste dieren uit, zij hebben ook het minste last van de besmetting. Zo word het ontstaan van resistentie tegen gegaan. Interessante informatie over ontworming vind u ook op de parasietenwijzer. Een controle op de eventuele aanwezigheid van resistentie geschied door mestonderzoek van behandelde dieren, 2 weken nadat ze zijn behandeld. Rotkreupel Rotkreupel is een acuut tot chronisch verlopende, besmettelijke ontsteking van de tussenklauwhuid bij schapen en geiten die gepaard gaat met aantasting van het hoorn van de klauwtjes. Rotkreupel is in Nederland voor het eerst beschreven in 1788. Rotkreupel wordt veroorzaakt door de bacteriën Fusobacterium necrophorum en Bacteroides nodosus. Fusobacterium behoort tot de normale darmflora van schapen en is dus altijd aanwezig in de omgeving van schapen. Deze bacterie is in staat om in de door vocht verweekte huid van de tussenklauwspleet een ontsteking te veroorzaken. Hierdoor treedt weefselverval op van de oppervlakkige lagen van deze huid. Bacteroides kan vervolgens door middel van eiwitsplitsende enzymen dieper in de klauw dringen en daar een ernstige ontsteking met veel weefselverval veroorzaken. Er zijn diverse factoren die bepalen of rotkreupel optreedt zoals vochtigheid, temperatuur, mate van klauwverzorging, het ras en de zuurgraad van de bodem. Rotkreupel zien we met name in de lente een de herfst wanneer de omstandigheden gunstig zijn voor de bacteriën. Het is warm en vochtig en bacteroides kan boven 10 graden Celsius lang genoeg op het weiland of in het strooisel overleven om overgebracht te worden van schaap naar schaap. Geïnfecteerde schapen en geiten zijn de hoofdbron van infectie. Vanuit aangedane klauwen komen er grote hoeveelheden bacteriën op het land of in de stal waardoor andere dieren besmet kunnen raken. Rotkreupel is een koppelaandoening en er kunnen zich explosieve uitbraken voordoen in risicovolle perioden. Symptomen die kunnen optreden bij rotkreupel zijn: kreupelheid bij meerdere dieren in de koppel stijf lopen of juist helemaal niet willen lopen grazen en lopen op de voorknieën vochtige ontsteking tussenklauwhuid tot volledige ontschoening pijnlijke, warme poten typische vieze geur van vervallen weefsel De schade die optreedt ten gevolge van een flinke rotkreupelinfectie zijn niet alleen de behandelingskosten, maar bestaan ook uit groeiachterstand, conditieverlies en verminderde melkproduktie bij geïnfecteerde ooien. De behandeling van rotkreupel bestaat uit het zorgvuldig en regelmatig bekappen van de klauwtjes waarbij al het afwijkende hoorn moet worden weggesneden. De klauwtjes worden gedroogd en er kan een antibioticumhoudende spray (CTC-spray)gebruikt worden. In ernstige gevallen kan tevens gekozen worden voor systemisch gebruik van antibiotica en ontstekingsremmers. Naast het periodiek controleren van de klauwtjes en het tijdig bekappen is vaccinatie met Footvax® van de gehele koppel een zeer belangrijk onderdeel van de preventie. De basisvaccinatie bestaat uit twee injecties met 6 weken tussentijd, de eerste enting kan gegeven worden vanaf 3 maanden leeftijd. Na de basisvaccinatie word elk half jaar een herhalingsvaccinatie gegeven. Zie www.rotkreupel.nl voor de laatste inzichten en adviezen. Zere Bekjes/Bekschurft Zere bekjes of ecthyma contagiosa (andere benamingen zijn orf en bekschurft) is een bij schapen en geiten veel voorkomende aandoening van huid en slijmvlies die veroorzaakt wordt door een parapox-virus. In principe kunnen dieren van alle leeftijden worden aangetast, maar de grootste problemen doen zich voor bij lammeren. Echtyma is een zoönose; ook de mens kan zich besmetten. Dieren met een ecthyma-infectie krijgen meestal op de onbewolde huid zweren die open gaan en waaruit het wondvocht opdroogt tot grote, wratachtige korsten. De voorkeursplaatsen zijn de bek, de klauwen, de geslachtsopening en het uier. Afhankelijk van de locatie kunnen dieren slecht hun voer opnemen, kunnen kreupel lopen en wanneer het uier meedoet kan er een uierontsteking ontstaan. Bij een niet-compliceerde ecthyma-infectie treedt binnen vier weken restloze genezing op, maar secundaire bacteriële infecties kunnen het beeld enorm verergeren en duurt het herstel veel langer. Dieren die eenmaal een infectie hebben doorgemaakt bouwen wel weerstand op maar kunnen ondanks dat vrij gemakkelijk opnieuw besmet raken. Het virus dat ecthyma veroorzaakt is zeer resistent en blijft lang infectieus in de korsten. Door direct contact met een besmet dier kan de ziekte worden overgedragen, maar ook indirect contact via virusdragend materiaal is een belangrijke route van infectie. In de meeste gevallen verspreidt een ecthyma-infectie snel door de koppel en een uitbraak duurt meestal 6 tot 8 weken. Ecthyma is een veel voorkomende zoonose. Dit wil zeggen dat de mens ook besmet kan raken door het virus. Bij de mens ontstaat er meestal op één enkele plek (vaak een vinger of een hand, maar ook elders op het lichaam) een vaka jeukende zweer die op een flinke puist kan lijken. Er kunnen korstjes gevormd worden die gemakkelijk bloeden. Meestal zal de plek binnen 6 tot 9 weken zonder litteken genezen. Complicaties treden echter vaak op: secundaire bacteriële infecties, lymfebaanontsteking en algeheel ziek zijn met koorts. De diagnose 'zere bekjes' wordt helaas door de meeste huisartsen en specialisten regelmatig Er is geen specifieke therapie voor de behandeling van ecthyma. Omdat herstel meestal binnen vier weken optreedt bestaat de behandeling er voornamelijk uit om de secundaire infecties te bestrijden met een antibioticahoudende spray om de omstandigheden zo te verbeteren dat het lichaam sneller het virus de baas wordt. Er bestaat een vaccin (Ectybel) tegen ecthyma. Over de waarde van vaccinatie zijn de meningen verdeeld.  Het vaccin mag alleen worden toegepast in besmette of hoogrisico omgeving en dient 3 - 4 weken voor het lammeren te worden toegediend. Over schapen kunt u ook veel informatie vinden op schapenpedia.nl!
Schapen/Geiten